De Paradox
school visie nieuws gezocht links contact
Uitgangspunten | Inspiratiebronnen | Veel gestelde vragen | Verhalen van oud-leerlingen | Leerbronnen | Artikelen & interviews | Home

De meest gestelde
vragen aan de Paradox:


Hieronder vindt u de meest gestelde vragen aan de Paradox:


1. Bij welke stroming of visie hoort de Paradox?

Voor de Paradox hebben we inspiratie gekregen uit verschillende vernieuwende visies uit het onderwijs. Verder hebben verschillende mensen ons geïnspireerd met hun ideeën en initiatieven. Ze hebben allemaal bijgedragen tot de Paradox. We willen een kader zijn waarbinnen veel mogelijk is, waarbinnen ieder zijn persoonlijke visie naar voren kan brengen en waarin we samen verder kunnen ontwikkelen zolang het uitgaat van respect en aandacht voor elkaar. We blijven elkaar op deze manier inspireren en kunnen zo samen verder groeien.

2. Wat is het verschil met het traditionele vernieuwingsonderwijs, zoals Montessori, de Vrije School, Jenaplan en Freinet?

De Paradox verschilt van het traditionele onderwijs en het traditionele vernieuwingsonderwijs op de volgende punten:
- De kinderen kiezen wat, hoe en op welk moment ze iets willen leren, vanuit hun eigen interesse. Ze volgen hun eigen programma.
- Er zijn geen aparte leeftijdsklassen, de school bestaat uit een groep van verschillende leeftijden bij elkaar.
- Er zijn ruimtes voor verschillende activiteiten: een atelier, een tuin, een speelkamer, een keuken, een computerruimte, een sportveld, en nog meer ruimtes die kunnen ontstaan…
- De begeleiders doen, naast het begeleiden en ondersteunen van de kinderen, wat henzelf inspireert: tekenen, iets uit de natuur onderzoeken, wiskunde, buitensport. Op deze manier inspireren zij de kinderen zonder er druk op te leggen. We maken gebruik van de kwaliteiten van mensen.
De school wordt bestuurd door kinderen en begeleiders samen, waarbij iedere stem geldt.

3. Is het bij de Paradox niet hetzelfde als de antiautoritaire opvoeding van de jaren ’60?

Nee, bij antiautoritaire opvoeding zijn de kinderen de baas. Bij ons zijn we dat met elkaar. Je kunt bij ons leren wat je belangrijk vindt, wat niet betekent dat je maar kunt doen wat je wilt. Het moet een plek zijn waar het voor iedereen fijn is, dus je moet rekening met elkaar houden. Stuit je op een bezwaar van een ander, dan kijk je of je een oplossing kunt vinden waarbij beiden kunnen doen wat ze willen. En het kan zijn dat die oplossing niet alleen een oplossing is, maar zelfs een verrijking!
Zo nodig worden er met elkaar regels en afspraken gemaakt. Wat bij de antiautoritaire opvoeding niet aanwezig is: normen en waarden, dat hebben wij wel degelijk.

4. Kinderen hebben behoefte aan grenzen en structuur, biedt de Paradox dat ook?

De behoefte aan grenzen en structuur komt voort uit de behoefte aan overzicht, veiligheid en duidelijkheid. De structuur is het middel, niet het doel. Een opgelegde structuur kan botsen met de individuele behoefte, of zo star zijn dat de structuur boven de mens gesteld wordt.
Wij hebben een aantal basisregels van veiligheid en respect, zoals: je beschadigt geen spullen, je doet elkaar geen pijn, en aan het eind van de dag ruimen we met elkaar op zodat je volgende dag weer in een opgeruimd huis aan de slag kunt, en een afbakening van het terrein in verband met de veiligheid. De overige regels worden met elkaar gemaakt, bijgesteld en weer geschrapt. De structuur kan daardoor mee veranderen met de veranderingen in de groep. Door de persoonlijke grenzen duidelijk aan te geven, ontstaat duidelijkheid. In deze benadering word je gedwongen om goed bij jezelf te kijken wat je wel en niet wilt en dit te verwoorden. Het is aan ieder om dit te doen, en het is de taak van de begeleiders om actief te luisteren naar de kinderen, en hen te ondersteunen in het aangeven van de eigen grenzen en naar anderen te luisteren.
Kinderen maken ook hun eigen structuur. Als een kind geschiedenisles wil maakt het een afspraak met die persoon van wie zij geschiedenisles wil krijgen, op welke dag en op welke tijd. Of voor het toneelstuk: iedere donderdagmiddag gaan we toneelspelen. Dit duurt tot zolang het interessant blijft voor beide partijen: de leerling en de leraar. Als het niet meer interessant is voldoet de gevormde structuur niet meer, en ontstaat er wat nieuws.

5. Krijg je geen eigenwijze kinderen die alleen maar aan zichzelf denken?

Een leerling van 10 jaar gaf op deze vraag dit antwoord: “Nee, ik probeer juist allebei te doen. Èn aan mijzelf te denken èn niet egoïstisch te zijn. Dat vind ik één van de moeilijkste dingen van mijn leven. Dat is echt zo moeilijk. Ik denk dat als je begint met egoïstisch zijn, dat anderen dan ook egoïstisch zijn tegen jou. Dan heb je er dus zelf alleen maar problemen mee.” De kinderen die op de Paradox zijn, weten wat ze zelf willen, komen daar voor uit en hebben geleerd om samen oplossingen te bedenken. Ze tonen respect voor anderen die hen in hun waarde laten. Juist in deze benadering is er ruimte en tijd om naar elkaar te luisteren, om problemen met elkaar op te lossen. Je zit niet vast aan een lesrooster en als er een conflict is, is dat op dat moment het meest belangrijke om aandacht aan te besteden. Juist door deze ruimte leren kinderen naar zichzelf en naar de ander te luisteren. Het tegendeel is dus waar: deze benadering creëert kinderen die rekening houden met de ander, zonder zichzelf te vergeten.

6. Leren kinderen op de Paradox wel waarden en normen?

Kinderen leren bij ons waarden en normen. Het gaat bij ons echter niet om de waarden en normen op zich. Het gaat bij ons om: wat werkt wel en wat werkt niet?
In de eerste plaats kijken we hierbij naar onszelf: hoe gaan wij als volwassenen met elkaar en met de kinderen om? De kinderen nemen ons voorbeeld over. “Je onderwijst wat je bent, niet wat je zegt”, zei Freinet. Als wij willen dat de kinderen open en eerlijk zijn, naar elkaar luisteren en samen werken, moeten wij in de eerste plaats zorgen dat wijzelf open en eerlijk zijn, naar elkaar en de kinderen luisteren en samen werken. De contradictie is dat wij die dingen juist vaak van de kinderen kunnen leren!
In de tweede plaats kun je alleen geven als je zelf genoeg hebt: je kunt naar de ander luisteren als er ook naar jou geluisterd wordt, je kunt de ander ruimte geven als je zelf genoeg ruimte hebt. Als er gebrek aan ruimte is ontstaat er spanning en strijd. Het is dus aan ons om te zorgen dat er naar kinderen geluisterd wordt.
Kinderen houden wel degelijk rekening met elkaar en hebben zorg voor elkaar.
Ze hebben heel veel contact met elkaar, doen voortdurend dingen samen, en geven elkaar constant feedback. Als een kind niet krijgt wat het hebben wil, kunnen we als begeleiders het kind helpen om te kijken naar zijn gedrag, zich bewust te worden van wat het doet en het effect ervan, en het kind helpen zoeken naar andere manieren waarop het wel krijgt wat het graag zou willen.
Kinderen leren dat samen werken iets oplevert, door samen te werken. Ze leren dat agressie niet werkt, en overleg wel, door te overleggen. Niet omdat iemand zegt dat samen werken en overleggen beter werkt.
Kinderen leren bij ons waarden en normen, waarbij de norm niet de norm is, maar of wat je doet effectief is.

7. Moeten kinderen dingen bij de Paradox?

In de Nederlandse taal heeft het woord ‘moeten’ twee betekenissen: moeten als iets wat is opgelegd, en moeten als consequentie van iets.
Kinderen moeten dingen bij ons op school als consequentie van iets waar ze voor gekozen hebben. Als je gekookt hebt moet je ook de keuken opruimen, al dan niet samen met een begeleider en anderen. Er zit een te begrijpen logica achter dit ‘moeten’. Het gaat om grenzen die we aangeven en om afspraken die met elkaar gemaakt zijn, zodat het fijn is en blijft om met elkaar te zijn.
Kinderen moeten op de Paradox niet iets omdat het van bovenaf wordt opgelegd, zonder dat ze daar invloed op zouden kunnen hebben. Niemand vindt het fijn om in de ruimte ingeperkt te worden door iets waar het geen invloed op heeft.
Later in de maatschappij kunnen er dingen zijn die je gewoon moet doen. We denken echter niet dat het helpt om de kinderen dan nu al dingen te laten moeten, zodat ze er later ook mee om kunnen gaan. Integendeel, daarmee leren we kinderen dat er geen mogelijkheden zijn, en ontwikkelen ze een houding van een slachtoffer zijn van de situatie!
We willen niet kijken naar de beperkingen van het moeten, maar naar de mogelijkheden die je wèl hebt. Als je ergens voor kiest, neem je dan de minder leuke dingen erbij, en neem je daar dan dus de verantwoordelijkheid voor? Of kijk je naar een oplossing waardoor je die dingen niet hoeft te doen (door bijvoorbeeld een taak te ruilen met iemand anders), of zorg je dat de minder leuke dingen wel leuk worden? Kinderen leren bij ons om hun eigen leven vorm te geven, en te kijken naar mogelijkheden.

8. Kiezen kinderen niet steeds de gemakkelijkste weg?

Op de Paradox hebben kinderen de vrijheid om hun eigen activiteiten te bepalen. Je gaat die activiteit doen die jou het meest oplevert. Meestal zijn dit juist activiteiten waar je nog niet goed in bent en die je moet kunnen om verder te komen, of waar je last van hebt omdat je ze nog niet kunt. We zien keer op keer op keer met welke intensiteit kinderen zichzelf verder willen ontwikkelen. De één leert de steile trap op te lopen, een ander speelt voortdurend spelletjes om te leren tegen zijn verlies te kunnen, weer een ander leert met boosheid of met zijn bazigheid om te gaan, en weer een ander krijgt op zijn manier het rekenen onder de knie. Kinderen stellen hun eigen uitdagingen en hebben er plezier in een stap verder te komen.

9. Is deze vorm van onderwijs voor ieder kind geschikt?

Deze manier is geschikt voor ieder kind met ouders die achter onze opvatting van leren staan, zoals geldt voor iedere vorm van onderwijs. De basisprincipes van onze school gelden voor iedereen: je geaccepteerd en gewaardeerd voelen, invloed hebben op je eigen situatie, duidelijkheid en mogelijkheden hebben om te groeien.
Wij hebben het op deze manier vorm gegeven, en of die vorm voor ieder kind geschikt is, zal moeten blijken. Het is daarom goed dat er ook scholen zijn die op een andere manier met onderwijs omgaan, zodat ouders en kinderen de school kunnen kiezen die bij hen past.

10. Neem je geen risico als je je kind naar de Paradox stuurt? Kan het fout gaan?

Als je je kind naar de Paradox laat gaan loop je de kans dat je kind zich zal ontwikkelen op een manier die jij niet in je hoofd had. Op de Paradox krijgt een kind de gelegenheid te ontdekken waar zijn of haar belangstelling en talenten liggen. Dit geeft zekerheid en zelfvertrouwen en daarom gelukkige kinderen, die in staat zijn hun leven vorm te geven.
Wij zeggen niet dat onze manier van leren de enige goede is. Er zullen kinderen zijn die het in een ander systeem prima redden. De manier van leren binnen de school past dan blijkbaar bij de manier van leren van het kind. Het kan echter zo zijn dat kinderen die het op zo'n school heel goed doen zich heel erg hebben aangepast aan de verwachtingen die de leerkracht en de ouders van het kind hebben. Deze kinderen vallen niet op, zijn niet lastig, maar zijn wel het contact met zichzelf kwijtgeraakt. Zij zijn misschien wel meer slachtoffer dan kinderen die wèl voor zichzelf opkomen, maar dan bestempeld worden met het etiket ADHD of een andere 'leerstoornis'.
Een ex-student van de Sudbury Valley School verwoordde het zo: “Je kunt je kind naar een gewone school sturen. Eigenlijk zeg je dan: 'Vanaf nu beslis je niet meer zelf maar bepalen anderen wat goed voor jou is.' Het is helemaal niet gezegd dat dit niet zou werken, je neemt echter een groot risico. Je moet als kind wel nèt die mensen tegenkomen die je begrijpen en die de juiste beslissingen voor jou nemen. Als ouder neem je een minder groot risico om je kind naar een Sudbury Valley School te sturen. Het is een veel natuurlijkere omgeving waarin de kans dat een kind zich ontwikkelt tot een zelfstandige volwassene veel groter is!”

11. Voldoet de Paradox aan de kerndoelen?

De kerndoelen zijn opgesteld om een indicatie te geven wat je in Nederland in het dagelijks leven in deze maatschappij nodig hebt om te kunnen functioneren. En dat is waar onze school over gaat: functioneren in het dagelijks leven. De kerndoelen die meer gericht zijn op de cognitieve kennis en vaardigheden die in het dagelijks leven ook werkelijk nodig zijn worden bij ons ruimschoots gehaald. Kinderen willen die dingen leren omdat je ze nodig hebt.
De zogenaamde overstijgende kerndoelen zijn de basis van onze school. Het gaat daarbij om een positief zelfbeeld, sociaal gedrag, werken volgens een plan, het gebruik van uiteenlopende leerstrategieën, werkhouding en nieuwe media.
De overige kerndoelen zijn bij ons een hulpmiddel voor het aanbod van materiaal, en niet meer dan dat. Wij volgen in de eerste plaats onze eigen inspiratie en die van de kinderen.

12. Hoe is de aansluiting met het vervolg onderwijs? (lees ook verhalen van oud leerlingen)

Kinderen kunnen bij ons hetzelfde leren als in het reguliere onderwijs. De dingen die ze in de praktijk echt nodig hebben zullen ze ook leren. Met name dingen als zelfbewustzijn, keuzes maken, kunnen samenwerken, oplossingsgericht denken en plezier in leren, zaken die ook op de nieuwe school nodig zijn. Als kinderen naar een vervolgopleiding willen gaan, dan kijken we samen wat de toelatingseisen zijn. We gaan met het kind na wat het al weet, wat het nog zou moeten leren, en op welke manier het dat wil leren, bijvoorbeeld door middel van lessen of met begeleiding van ons.
Het huidige onderwijssysteem in het vervolg onderwijs is anders dan dat van ons. We kunnen niet zeggen hoe de aansluiting zal zijn. Dit hangt van de school af, de leraar en het kind. De ervaringen die we hebben zijn positief. De kinderen hebben hun zelfvertrouwen behouden. Ze hebben geleerd zelfstandig te werken, ze nemen hun verantwoordelijkheid, ze hebben al geleerd dat ze waardevol zijn. Als ze weten waar ze het voor doen willen ze het doen, op een effectieve manier.

13. Wat als een kind niet wil leren lezen en rekenen?

Ieder kind wil leren lezen, want dit is een onmisbare vaardigheid in deze maatschappij. Voor rekenen geldt hetzelfde, je wilt als kind weten hoeveel je moet betalen en of je genoeg wisselgeld terug krijgt. Het moment waarop het kind het wil leren omdat het er aan toe is en de wijze waarop het wil leren is per kind verschillend.
Mocht het kind toch helemaal geen belangstelling voor lezen of rekenen hebben, dan proberen we erachter te komen wat de reden daarvoor is. Het zou kunnen dat er ergens een blokkade zit. Daarna kunnen we in overleg met het kind en de ouders, kijken wat de beste vervolgstappen zijn.

14. Wat als een kind bijvoorbeeld iedere dag hetzelfde doet?

Als een kind een lange tijd achter elkaar hetzelfde doet, zullen we erachter proberen te komen wat de behoefte van het kind is en waarom hij steeds hetzelfde doet. Dit kan heel gemakkelijk door met het kind en eventueel de ouders in gesprek te gaan. Als blijkt dat het kind vol plezier met de activiteit bezig is, laten we het zo. Als blijkt dat het kind eigenlijk iets anders wil maar niet weet hoe hij dat moet aanpakken, dan kunnen we kijken hoe we ondersteuning kunnen bieden.
Op de Sudbury Valley School in Noord-Amerika was er een jongen die jarenlang alleen maar heeft gevist. Zijn vader maakte zich er zorgen over, hoewel hij achter de visie van de school stond. De jongen was één van de gelukkigste kinderen van de school. Wat hij deed was ergens helemaal in opgaan, en het onderwerp door en door kennen en beheersen. Dat was zijn uitdaging. Hij was een expert in vissen. Op een gegeven moment legde hij zijn hengel neer en stortte zich op computers, met dezelfde houding. Na twee jaar had hij een eigen winkel en een jaar later werd hij tijdens zijn studie informatica door een groot bedrijf gevraagd om daar te komen werken, omdat hij zo goed was.
Het is overigens onze ervaring dat kinderen helemaal niet iedere dag hetzelfde willen doen. Integendeel, ze doen veel verschillende dingen op een dag, en met een grote intensiteit! Eigenlijk wel logisch, volwassenen zouden ook niet iedere dag de hele dag hetzelfde willen doen. Voor kinderen is het niet anders.
En de kracht van wat een groep kinderen en volwassenen inbrengt aan informatie, ideeën en aanbod wordt vaak onderschat: die is zeer groot!

15. Wat doet de Paradox met kinderen met leerproblemen?

Iets wat een leerprobleem genoemd wordt zien wij in de eerste plaats als een probleem van de omgeving, niet van het kind zelf. Veel ‘leerproblemen’ ontstaan door druk van buitenaf, door een omgeving die niet past bij de behoeftes van het kind, doordat het kind niet op een manier kan leren die bij hem past. Het kind moet passen in een systeem dat door anderen bedacht is. Anderen bepalen wat, wanneer en hoe het kind moet leren.
Het blijkt dat kinderen erg verschillen wanneer en hoe ze iets leren. Wanneer een kind een vaardigheid leert, wanneer hij eraan toe is, ontstaan er geen leerproblemen. Het kind is gemotiveerd, omdat hij iets graag wil kunnen doen.

Mocht de omgeving niet passen bij de behoefte van een kind, zullen we kijken wat we kunnen doen om de omgeving aan te passen, zodat deze wel hieraan kan voldoen.
Daarnaast willen wij ons vooral richten op wat het kind wèl kan. We willen kijken naar de mogelijkheden, zodat het kind vertrouwen in zichzelf en de ander blijft houden.
Mocht een kind vanwege onvermogen niet kunnen lezen (wat in de praktijk overigens nog niet is voorgekomen), dan kunnen we kijken in overleg met het kind welke hulp en ondersteuning het hierbij kan en wil gebruiken.

16. Hoe ziet een dag op school eruit?

Iedere dag verloopt anders, dit kunnen we van tevoren niet voorspellen. Dit is afhankelijk van wat de kinderen en de volwassenen inbrengen aan ideeën en activiteiten, en hoe een dag zich ontvouwt.
Wat vast staat is de begin- en eindtijd: de kinderen komen binnen tussen half negen en negen uur en gaan half vier en vier uur weer naar huis (wat de kinderen betreft duurt de school vaak langer!).
Als de kinderen ’s ochtends binnen komen gaan ze gelijk aan de gang met hun activiteiten, ze zoeken hun vriendjes op, wisselen ideeën uit, gaan eerst rustig in een boek lezen, beginnen gelijk aan een plan dat ze van tevoren bedacht hebben: wat ieder wil. De dag bestaat verder uit een stroom van activiteiten: er wordt een hut gebouwd, ze zitten samen achter de computer, ze spelen buiten op het plein, ze timmeren een knikkerbaan, ze doen scheikundeproeven, ze programmeren een eigen animatie op de computer, ze bakken pannenkoeken of maken soep, enzovoorts.
Aan het einde van de dag ruimen de kinderen hun spullen op en doen hun zelf gekozen corveetaak. De begeleiders bespreken de dag na, en besteden aandacht aan hoe de dag is verlopen, wat je bij jezelf bent tegen gekomen, wat wel en niet werkte, en hoe het anders kan.

17. Organiseren begeleiders gezamenlijke activiteiten?

In de loop van de dag doen kinderen heel veel gezamenlijk, in steeds wisselende samenstellingen. Mocht er iets zijn waarvoor het nodig is om als school bij elkaar te komen, omdat er bijvoorbeeld over iets gesproken moet worden, dan komen de kinderen die dit belangrijk vinden bij elkaar in de schoolkring. Er wordt met elkaar gesproken, we wisselen ervaringen en ideeën uit, er wordt naar elkaar geluisterd, zo nodig wordt er een besluit genomen en daarna gaat iedereen weer verder met wat hij of zij wil doen. Het pedagogische aspect van bijeenkomsten in het onderwijs is vaak het leren van sociale vaardigheden waar je met alle lessen niet aan toe komt: leren luisteren naar elkaar, het verwoorden van je gedachten, samen onderzoeken. Bij ons doen de kinderen dit de hele dag door, en in een context die voor hen relevant is. Er is dan ook alleen behoefte om op een dergelijke manier bij elkaar te komen als dat relevant is. Daarnaast zijn er ook activiteiten met de groep, als uitjes, het vieren van een verjaardag of een overnachting. Gezamenlijk eten leverde stress op, ieder eet op zijn eigen moment. Voor sommigen is dit aan het begin van de dag, voor anderen later op de dag. Vaak eten een paar kinderen gezellig samen. Het verloopt heel natuurlijk. En eigenlijk is het zo veel logischer: je eet wanneer je lichaam het aangeeft.

18. Werkt de Paradox met methodes?

Als een kind iets wil leren weet het vaak al heel precies wat en hoe het dit wil doen. Zo niet, dan kunnen we kijken welke materialen en mogelijkheden er zijn. Soms is er geen methode voor nodig, en soms zijn methodes hele goede hulpmiddelen. Sommige methodes zijn handig om een overzicht te hebben (zoals rekenen en spelling) of om ideeën op te doen, andere ordeningen zijn voor ons helemaal niet handig (zoals aardrijkskunde en geschiedenis).
Kinderen rekenen bij ons omdat het in de praktijk nodig is (bijvoorbeeld het kasboek bijhouden of de hoeveelheden in een recept aanpassen), omdat het leuk is (hoeveel muskusratten heb je na vier jaar, als je met één moeder begint?), omdat iemand het materiaal interessant vindt, of omdat iemand het gewoon wil oefenen. Het opdoen van kennis gebeurt de hele dag door, en met name door wat je van elkaar hoort en wat je met elkaar bespreekt. Wij zien kennis niet als iets wat er al is en verworven wordt, maar vooral als iets wat je met elkaar maakt. Je vormt je eigen kennis op grond van je ervaringen en op grond van wat je hoort en verneemt. Je kunt hierbij ook boeken of internet gebruiken. Als je boeken wilt gebruiken om informatie op te zoeken zijn boeken over uiteenlopende onderwerpen handiger dan de aardrijkskunde- en geschiedenismethodes.

19. Hoe gaat de Paradox om met computers?

De computer heeft vaak een grote aantrekkingskracht en deels komt dit voort uit de beperking die er soms op wordt gelegd: te weinig computers, of je mag er maar een half uur op. Er is schaarste dus pak je wat je wel pakken kan. Zo ook bij ons: in het begin was er een run op de computer. Wij kozen ervoor om niet in te grijpen, en eerst maar eens te kijken wat er gebeurde. Wat we zagen was: kinderen zitten niet alleen maar samen achter de computer, ze helpen elkaar, ze leren van elkaar. Het is een sociaal gebeuren. We zagen ook: sommige kinderen hebben geen interesse in de computer, anderen heel veel. Een aantal kinderen kon dagenlang achter de computer zitten. We hebben gezien dat kinderen in hun spel veel vaardigheden hebben geleerd en onbewust met vakken bezig zijn, zoals Engels, rekenen en maatschappijleer.
De kinderen kiezen er nu voor om ook andere dingen te doen. De computer is niet meer dan een gebruiksvoorwerp geworden, één van de vele mogelijkheden, naast een heleboel andere. Af en toe wordt er met veel plezier een spel op gespeeld, en hij wordt gebruikt om dingen op het internet op te zoeken of om een tekst te schrijven.

20. Gebruiken jullie ook toetsen of een leerlingvolgsysteem?

Wij hebben geen systematische manier om vorderingen of vaardigheden bij te houden. In een dergelijke benadering is het zeer lastig, zo niet onmogelijk om bij te houden van wat iedereen leert. Daarbij hebben wij geen beeld van hoe een kind op een bepaalde leeftijd zou moeten zijn. Wij gaan ervan uit dat als een kind de vrijheid heeft om zijn eigen activiteit te kiezen, en het heeft een veilige uitnodigende omgeving met veel mogelijkheden, dat het dan zal kiezen wat hem het meeste oplevert: het leerling-volg-jezelf-systeem. Het belangrijkste is voor ons dat een kind actief en levendig is en goed in zijn vel zit. Pas dan kan een kind zichzelf verder ontwikkelen. En ieder kind volgt zijn eigen ontwikkelingsweg. Het is zowel voor het kind als voor ons een ontdekkingstocht. Wij volgen de interesses van de kinderen en kijken hoe wij die kunnen ondersteunen.
We krijgen informatie over de kinderen doordat we gedurende de dag veel contact met de kinderen hebben. Daarnaast gaan we geregeld met de kinderen in gesprek en praten we veel met elkaar en met de ouders. We willen samen het kind beter begrijpen en begeleiden.
En we schrijven dingen op. Omdat we enthousiast over iets zijn en dit aan anderen willen laten weten. Omdat we blij zijn dat het kind dichter bij zichzelf is gekomen. Omdat we iets moois hebben zien gebeuren. Omdat we denken iets meer te begrijpen van een kind, hoe een ontwikkeling verloopt of hoe wijzelf in elkaar zitten. We merken dat deze natuurlijke manier van volgen effectiever werkt dan een systematische checklijst of een andere procedure.
De kinderen kunnen gebruik maken van toetsen, als mogelijkheid. Kinderen hebben over het algemeen geen toetsen nodig om te kijken of ze iets beheersen; dit weten ze zelf al. Het kan leuk zijn om een toets te maken om te kijken wat je al kunt. De Cito-toets is bij ons niet verplicht. Wel geven we de mogelijkheid aan om hem eens te maken om te kijken wat je al weet.

21. Jullie benadering vraagt hele andere dingen van een leerkracht, wat moet je kunnen?

Vanaf het moment dat we zijn begonnen met het denken over onze school zijn we bezig geweest met afleren wat we als leerkracht hebben aangeleerd. We merkten dat het denken als leerkracht ons verhindert open te staan voor wat het kind echt zegt en aangeeft. Als leerkracht heb je geleerd om wat kinderen zeggen en aangeven te interpreteren vanuit wat jij denkt in welke richting het kind zich zou moeten ontwikkelen. De communicatie kan dan al snel gestuurd zijn, en dat is vaak niet wat het kind eigenlijk bedoelde.
Daarbij heb je als leerkracht geleerd te praten en te handelen vanuit de angst dat je de controle op de grote groep kinderen kwijtraakt. Het kan dan heel spannend zijn als je de kinderen echt de ruimte geeft. Wij hebben gemerkt dat er dan hele mooie dingen kunnen gebeuren! Kinderen verwachten niet dat je perfect bent, wel dat je naar ze luistert als ze je iets te zeggen hebben.
Wat er nodig is, is een open houding, kunnen luisteren naar de ander, kunnen luisteren naar jezelf, kunnen verwoorden wat je ziet, denkt en voelt, kijken naar mogelijkheden en niet naar beperkingen. Daarbij moet je de keuze bij de ander kunnen laten, zonder het gevoel te hebben dat het jouw eigenwaarde aantast als iemand jouw suggestie of oplossing niet aanneemt en gebruikt. Het moeilijke voor een leraar is hier dat je moet kunnen accepteren dat kinderen de dingen ook zonder jou leren, en jou misschien wel helemaal niet nodig hebben.
Het kan handig zijn om kennis van methodes te hebben (hoewel het misschien wel leuker is om samen te ontdekken hoe die breuken nu in elkaar zitten). Het blijkt dat de vakkennis van de volwassene voor kinderen zeker niet de enige factor is in de keuze om jou uit te kiezen als onderwijzer. De persoonlijkheid en de intentie van de persoon weegt minstens evenveel mee. Met andere woorden: het gaat om de relatie die je hebt met het kind. Is de relatie niet goed, dan kiest het kind niet voor jou, hoe goed je je vak ook verstaat.
In deze benadering krijg je hierover dus heel duidelijke feedback van de kinderen, en dat kan confronterend zijn. Als begeleider moet je naar jezelf willen en durven kijken.
Iemand verwoordde het veel korter: “Eigenlijk ben je dus gewoon mens.” En dit is precies waar we naar streven.

22. Met hoeveel mensen werken jullie?

Elke dag zijn er twee begeleiders aanwezig (met momenteel 8 kinderen). Het voordeel van verschillende begeleiders is dat er iedere dag een ander aanbod is. Iedere begeleider neemt zijn eigen interesses, kennis en ervaring mee. De één weet veel van textiel, de ander kan goed koken, de volgende weet veel van computers, of heeft veel algemene kennis. Iedere dag heeft zo zijn eigen mogelijkheden. Soms zijn er ook talenten die specifieke activiteiten met de kinderen ondernemen. De ervaring is dat als je meer kinderen hebt, dat de kinderen steeds meer met elkaar doen. Kinderen leren het meest van elkaar, en minder van de volwassenen.

23. Hoe groot kan de Paradox zijn?

We hebben gemerkt dat deze benadering voor iedereen zo anders is, dat het goed is om klein te beginnen en niet snel te groeien. Als er een goede basis is bij de kinderen kunnen andere kinderen gemakkelijk door andere kinderen worden opgenomen. Dit werkt sneller en effectiever als dat volwassenen het zouden doen. In het buitenland is gebleken dat hoe meer kinderen, hoe meer ze met elkaar doen, hoe beter het werkt.

24. Waarom is de Paradox een particuliere school?

Wij hebben bedacht op welke manier wij onderwijs willen vorm geven. Dit past op het moment (nog) niet in de huidige regels en wetten. Daarom kiezen wij voor de vrijheid van een particuliere school.
Het liefst zouden wij willen dat onze wijze van onderwijs voor iedereen mogelijk is. De mensen die hun kinderen nu bij ons op school hebben zijn geen mensen met veel geld. Het zijn mensen met modale inkomens, die dit onderwijs voor hun kind blijkbaar zo belangrijk vinden, dat ze er voor kiezen hun geld aan het onderwijs van hun kinderen te besteden in plaats van aan hun huis, auto of vakantie.
Willen we iets veranderen, zullen we ergens moeten beginnen. Het zou natuurlijk helemaal fantastisch zijn als het geld geen drempel zou hoeven zijn, en deze vorm van onderwijs voor iedereen beschikbaar zou zijn die het wil. We willen niets liever. We hopen dat de overheid ook dit soort initiatieven vanuit het veld wil financieren. Of dat ouders zelf het geld krijgen dat nu naar de scholen gaat zodat ze het onderwijs voor hun kind kunnen kopen bij de school die hen aanspreekt.
Heb je nog andere suggesties om dit onderwijs voor meer mensen bereikbaar te maken: we horen ze graag!

25. De school is zeer anders dan de maatschappij ‘buiten’ de school. Is deze school wel een voorbereiding op de ‘harde’ maatschappij?

De school staat niet buiten de maatschappij, maar is er deel van. Wij halen de maatschappij niet alleen binnen de school, maar hebben meer mogelijkheden om de maatschappij in te gaan. De Paradox is juist een plek waar kinderen ondersteund kunnen worden en waar we samen de maatschappij kunnen ontdekken.
De situatie binnen de school heeft juist veel overeenkomsten met het dagelijks leven in de maatschappij: een groep van verschillende mensen van verschillende leeftijden en met verschillende interesses. Daardoor kan het juist een plek zijn waar je kunt leren hoe je in de maatschappij kunt leven.
Wij denken dat door deze manier van met elkaar omgaan kinderen zichzelf gewaardeerd voelen, leren wat ze zelf belangrijk vinden en leren hoe ze met problemen om kunnen gaan. Het worden krachtige kinderen die zelfvertrouwen hebben en initiatief nemen. En dat is volgens ons juist wat je in deze maatschappij nodig hebt.

26. Is er iets bekend over leerlingen die deze vorm van onderwijs hebben gehad en nu in de maatschappij leven?

In Nederland is er nog maar korte tijd ervaring, maar de Sudbury Valley School bestaat al meer dan veertig jaar en heeft onderzoek gedaan naar wat er van de jongeren terecht is gekomen na hun vertrek van school.
Velen zijn gaan studeren op hogere scholen en universiteiten. Als ze zich daar aanmelden blijkt dat ze met open armen ontvangen worden. Het blijkt vaak gunstig te zijn om van een dergelijke school komen. De leerlingen weten waar ze voor kiezen, ze zijn verantwoordelijk en zeer gemotiveerd.
Anderen zijn direct aan het werk gegaan. Zij zijn terecht gekomen bij allerlei soorten beroepen zoals managers, automonteurs, musici, kunstenaars, handelaars, ingenieurs en ontwerpers.
Er worden in vergelijking met afgestudeerden van andere scholen relatief meer eigen bedrijfjes opgezet. Dezelfde ervaringen gelden voor de ex-leerlingen van de Pestalozzi-school in Ecuador.
De overgang naar de maatschappij buiten de school werd niet als probleem ervaren: “De leerlingen van andere scholen hadden veel uit het hoofd geleerd, maar ik heb geleerd de ondernemer van mijn eigen leven te zijn.”
De overgang van een school waar je kon doen wat je wilde, naar het werk met zijn regels en eisen bleek ook geen probleem: Mijn vrijheidsgevoel is zo sterk dat ik het ervaar als een inwendige ruimte waarin ik vrij ben - ook als ik op mijn werk onder grote druk sta, of te maken heb met een onaangename baas. En verder kan ik het goed vinden met mijn collega's. Ik vind het niet moeilijk grenzen te stellen zonder anderen te beledigen. Overal waar ik ervaringen wil opdoen ben ik in korte tijd een goede werknemer, omdat ik alles wat op mijn weg komt zo goed mogelijk wil doen. Dat ben ik aan mijzelf verplicht en het doet geen afbreuk aan mijn levenslust.
Mensen die deze scholen doorlopen weten wat ze willen, maken een duidelijke keus, staan open, en hebben zelfvertrouwen. Het blijkt in de praktijk overduidelijk dat een dergelijke vorm van onderwijs geen negatieve invloed heeft op de mogelijkheden die je in de maatschappij hebt, integendeel. En de leerlingen hebben kunnen genieten van een kindertijd van vrijheid, respect en vertrouwen.

 

 

home© DE PARADOX :: Nijverheidsweg 2 :: 7251 JV Vorden :: 0575 - 470 697 :: info@schooldeparadox.nl :: webontwerp: simplex